Teveel, te weinig of precies genoeg

Wij hebben als mensheid honderden, duizenden jaren in schaarste geleefd. Daarom denkt iets binnen in ons nog altijd dat je maar beter zo veel mogelijk kunt hebben van de dingen die je nodig hebt. Twee huizen hebben is beter dan één huis. Een tafel vol eten is beter dan één bord vol eten. Vijf planken met kleding is beter dan één plank. Enzovoort.

Alleen leven we tegenwoordig in overvloed. Er is heel veel en er kan heel veel. Daardoor werken onze oerneigingen vaak averechts. Ten eerste omdat we overbelast raken. Als alles kan, kun je gaan denken dat alles ook moet. Je moet in alles succesvol zijn en alles goed doen. Dat levert een takenlijst van een halve meter op en telkens als je één ding afstreept, komen er drie dingen bij. Je bent dus nooit klaar.

En tegelijkertijd gaat het bijzondere er snel vanaf, als er zoveel aanbod is. Een lekker koekje eten is bijzonder – als je het eens in de week krijgt en de rest van de tijd zijn ze er niet. Als je het vier keer per dag pakt uit een volle trommel, of je eet een heel pak achter elkaar leeg, dan zul je nauwelijks proeven. Je denkt vooral aan het volgende koekje, want dat ligt al voor je klaar. Als je de eerste tien mensen verzamelt op Hyves of Facebook is het nog spannend, maar nummer 201? En een paar dagen weggaan naar een stad in het buitenland is geweldig – tenzij het de vierde keer dat jaar is.

Ik heb eens de uitspraak gehoord: “de grootste vijand van ‘goed’ is ‘beter'”. Dat is denk ik vaak waar: wie het goed heeft en alleen maar streeft naar ‘het beter krijgen’, zal veel plezier en voldoening mislopen. Misschien heb je net als ik steun aan deze richtlijn, om je oerneigingen in goede banen te leiden:

Geef alles weg wat je niet nodig hebt en behoud de dingen die je echt niet kunt missen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.