Categorie archief: Rust in je lichaam

Het moet op!

Het gebeurt nogal eens dat mensen dooreten als ze niet meer hoeven. Want het moet op!

Moet het op? Waarom eigenlijk? Nou, bijvoorbeeld hierom:

  1. Het moet op, want anders is het zonde dat dit eten verspild wordt.
  2. Het moet op, want anders word ik zo onrustig van dat snoep dat er staat en dan moet ik er steeds aan denken en dan eet ik het op.
  3. Het moet op, want ik heb het speciaal voor jullie gemaakt omdat ik jullie wilde verwennen.
  4. Het moet op, want anders krijg ik straks honger.

Als je goed kijkt, zijn het allemaal kromme redeneringen:

Bij punt 1: Als niemand dit eten meer hoeft, is het toch sowieso zonde dat er eten is waar niemand wat aan heeft? Dat is al pech, maar als ik het dan ook nog op moet eten is het dubbel pech. En als ik er dan te dik van word, heb ik drie keer pech.

Bij punt 2: Je zegt nu: ik ben bang dat ik dit allemaal op ga eten en om dat te voorkomen eet ik het maar meteen allemaal op.

Bij punt 3: Valt tegen mijn zin door moeten eten ook onder verwennen?

Bij punt 4: Dan is de oplossing toch om de rest van dit eten te bewaren voor het geval je straks honger krijgt?

Wie heeft er nog een andere reden om iets op te maken? Dan kunnen we kijken of we er eentje kunnen vinden die wel klopt.

Tips om op tijd naar bed te gaan

(Een stukje over slapen?! Denk je nu: ik weet wel dat ik moe ben, maar het gaat me nu even om het afvallen, waarom gaat het daar niet over? Te weinig slaap is een oorzaak van aankomen en te zwaar blijven. Je hormoonhuishouding raakt erdoor ontregeld, waardoor je meer vet opslaat en meer zin krijgt in zoetigheid en ander ongezond voedsel (en dranken). Daarnaast heb je minder energie om eten klaar te maken en te bewegen en minder wilskracht om stil te staan bij de keuzes die je maakt.)

Op tijd naar bed gaan heeft zo zijn voordelen. Je hebt meer energie, bent vrolijker, maakt betere keuzes, bent productiever, je lichaam is fitter en draait lekker… en toch gaat een groot deel van de Nederlanders te laat naar bed. Niet voor een keertje, omdat het zo gezellig is die ene avond, maar structureel.

Mocht je daar graag wat aan willen doen, dan zul je het slim moeten aanpakken. Gewoontes veranderen is immers lastig en dat geldt al helemaal als je moe bent. Misschien helpt een van de volgende tips je:

  • Bedenk ’s ochtends als je opstaat hoe je de volgende ochtend graag zou voelen. Stel je dat zo levendig mogelijk voor. Haal het ook ’s avonds weer terug in je gedachten.
  • Besluit voordat het avond is al wat je die avond graag wilt doen en bereid dat voor. Anders beland je geheid weer voor de tv, achter de computer of in een andere gewoonte – en bij die gewoonte hoort ook je late bedtijd.
  • ‘Verstoor’ je avondpatroon een beetje. Leg dingen op een andere plek, kies een andere volgorde… daardoor beland je niet in automatismen en kun je ook je bedtijd kiezen.
  • Bepaal niet alleen je bedtijd, maar ook het tijdstip dat je wilt gaan afbouwen en voorbereiden op het slapen. Daar hebben de meeste mensen minimaal een half uur voor nodig. Zowel praktisch (opruimen, dingen klaarleggen voor ’s ochtends) als lichamelijk. Zet eventueel een alarm om jezelf erop te wijzen dat het ‘al zo laat is’.
  • Haal afleiding weg uit je slaapkamer. Nee, niet je partner. ;-) Wel dingen als stapels wasgoed, je mobiele telefoon, een tv… die zorgen ervoor dat je hoofd actief wordt in plaats van rustig.
  • Bedenk welke dingen belangrijker voor je zijn dan slapen. Andere dingen horen je slaaptijd niet op te slokken.
  • Als die dingen echt belangrijk zijn, probeer ze dan ook overdag al meer aandacht te leren geven. Dat haalt de druk van de avond af.

Zelfstudieles: honger voelen

Als je niet weet wanneer je honger hebt, is het lastig om te bepalen wanneer het tijd is om te eten. Veel mensen zijn niet meer gewend om de signalen op te pikken. We zijn immers vaak met ons verstand aan het werk en daardoor te druk om naar onze maag te luisteren. Deze opdracht zet je aan het werk om dat beter te gaan doen.

Doelen van deze Weg met de Weegschaal zelfstudieles:

  • Je weet hoe honger voelt, zodat je dat signaal beter op kunt pikken.
  • Je weet hoeveel tijd na een maaltijd je weer honger hebt (zodat je je etenstijden daar zo goed mogelijk op kunt afstemmen).

Dit is een les voor één week. Je berichten komen per e-mail.

Let op: als je een nieuwe zelfstudieles start, worden de berichten van een eventuele vorige les gestopt, zodat je kunt focussen op één onderwerp.

Terug naar het overzicht van zelfstudielessen.

Versgeperst vruchtensap

Je kunt ze steeds vaker onderweg kopen: flesjes versgeperst vruchtensap. En misschien maak je ook regelmatig zelf een glaasje, want vers sap heeft een gezond imago.

Aan dat imago kleven een paar risico’s. Bijvoorbeeld dat je denkt dat vruchtensap drinken gelijk staat aan fruit eten. Bij het persen blijft echter vaak een deel van het vruchtvlees achter in de pers. En misschien laat je je sap even staan, of koop je het in een fles die al een tijdje staat (of zelfs gepasteuriseerd sap bevat). Dan verlies je voedingswaarde. Als je een stuk fruit neemt en dat meteen opeet, heeft dat een betere voedingswaarde dan sap.

Een tweede aandachtspunt is dat je gemakkelijk drie of vier porties fruit opdrinkt in sapvorm. Of misschien nog veel meer, als je een halve literfles leegdrinkt. Zoveel sap ineens geeft een flinke hoeveelheid suikers en calorieën. En waar je bij een stuk fruit eten niet zo bang hoeft te zijn voor de suikers (er komen immers tegelijkertijd allerlei vitamines, mineralen en vezels binnen, dus het is volwaardige voeding), heeft vruchtensap ook iets weg van limonade.

Als je dit in gedachten houdt, kun je vast goede keuzes maken voor jezelf. Bijvoorbeeld je fruit niet vervangen door sap, maar gewoon uit de hand eten. Zo vaak mogelijk sap maken met zowel groente als fruit erin. Je sap persen vlak voordat je het opdrinkt. Of op een feestje geen vier glazen sinaasappelsap of appelsap achter elkaar voor jezelf inschenken (zeker niet uit een pak!), maar kiezen voor water of spa, of een rondje overslaan omdat je geen dorst meer hebt.

Als je wilt afvallen, moet je toch minder eten?

Een vraag die ik regelmatig krijg: Als het mij lukt om helemaal in balans te komen en alleen de voeding te nemen die mijn lijf nodig heeft (niet meer en niet minder), hoe kan ik dan afvallen? Blijf ik dan niet gewoon alleen stabiel in mijn gewicht? Ik zal uiteindelijk toch minder calorieën moeten nemen en meer moeten verbranden om gewicht te verliezen?

Klinkt logisch! Moet je dus expres te weinig gaan eten om af te vallen? Het antwoord is: nee, je moet wel stoppen met teveel eten, maar je moet zeker ook geen honger gaan lijden.

De gedachtegang van deze vraag ontstaat als je eten en je gewicht als een rekensommetje gaat beschouwen: als je x calorieën teveel eet, kom je y kilo aan en als je x calorieën minder eet, val je y kilo af. Die benadering wordt vaak gekozen. Alleen klopt hij niet. Je lichaam doet niet aan wiskunde, maar aan biologie. ;-)

Je lichaam slaat vet op om te overleven. Hoe meer onzekerheid er is, des te meer reserves wil je lichaam hebben. Net als mensen die in onzekere tijden leven en die proberen om geld te bewaren op allerlei plekken. Als je je lichaam consequent goed verzorgt (o.a. genoeg eten, water, zuurstof en rust, niet teveel stress en gifstoffen die verwerkt moet worden), neemt de onzekerheid af en dus de behoefte aan vetreserves.

Een voorbeeld: mensen vallen soms af als ze eindelijk genoeg gaan slapen, zelfs als ze niets aan hun calorie-inname of hun beweegpatroon veranderen. Je lichaam kan immers ook van binnen veranderen. En als je stofwisseling en/of je hormoonhuishouding beter gaat draaien, worden de voedingsstoffen en de brandstof die binnenkomen beter verwerkt. Dat kun je vergelijken met een weg waar evenveel auto’s overheen rijden, maar waar de verkeerslichten, de invoegstroken en de kruispunten verbeterd worden. Die gaat beter doorstromen en krijgt minder file.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat iemand die teveel eet, zal aankomen. En iemand die weinig beweegt, houdt een slechtere stofwisseling en een slechtere conditie, waardoor je minder energie verbruikt en dus zwaarder blijft. Maar ook dat is eerder biologie dan wiskunde.

Werken die eiwitdieten?

freeimage-9508567-webBijna elk dieetboek en elk dieet dat op dit moment populair is, draait erom: minder koolhydraten eten en meer eiwitten (proteïnen) eten. Hiervoor hadden we een vetarme hype, bijvoorbeeld met de boeken van Sonja Bakker. Nu hebben we net als in de Atkinstijd een koolhydraatarme hype. Zit er iets nuttigs in de adviezen?

Zeker, je kunt er je voordeel mee doen. Daarvoor is het allereerst handig als je weet op welk idee de koolhydraatarme diëten gebaseerd zijn. Wij eten met zijn allen veel koolhydraten en vooral teveel bewerkte koolhydraten die snel in je bloed worden opgenomen. Suiker bijvoorbeeld en producten die van wit meel gemaakt zijn. Daar raakt je lichaam door van slag: je gaat meer insuline aanmaken en meer vet opslaan. Bovendien krijg je sneller en vaker honger.

Diëten die je een menu voorschrijven zonder koolhydraten, zijn bedoeld om de overspannen productie van insuline te stoppen. Daardoor stopt ook de vetopslag. Bovendien krijg je geen ‘normale’ energie binnen, is het idee, dus moet je lichaam ergens anders energie vandaan halen. Uit je vetreserves bijvoorbeeld.

Als je alleen maar de koolhydraten weglaat en niets anders aan je voeding verandert, eet je heel weinig en krijg je honger. Dat hou je niet vol en bovendien gaat je lichaam op de spaarstand, zoals bij elk dieet met te weinig brandstof erin. Dat wordt opgelost door je in je dieet meer eiwitten te laten eten. Eiwitten bevatten bouwstoffen voor je lichaam in de vorm van aminozuren. Ze leveren ook energie, alleen kost het omzetten van eiwitten in energie je lichaam de nodige moeite. Daarom krijg je niet zulke hoge energiepieken als bij bewerkte koolhydraten.

Ideaal dus, zo’n eiwitdieet als je wilt afvallen? Ja en nee. Als je gevoelig bent voor koolhydraten en vaak dingen eet met suiker en/of wit meel erin, zal je lichaam tot rust komen als je daarmee stopt. Als je intussen ook genoeg blijft eten om geen honger te krijgen, is de kans een stuk kleiner dat je het jojo-effect weer tegenkomt. Kleiner, maar niet afwezig! Als je je eiwitdieet ziet als een tijdelijk programma, waar je na een tijdje mee stopt, komen je verloren kilo’s gewoon weer terug.

En sommige eiwitdiëten zijn behoorlijk eenzijdig: alleen maar vlees en vis, eieren, soms met zuivel erbij, soms met groente erbij. Granen of fruit zijn meestal niet ‘toegestaan’. Dat geeft twee risico’s: je kunt voedingsstoffen gaan missen, waardoor je minder fit wordt en juist minder goed vet kunt afbreken. Je lichaam vindt het mogelijk zwaar om almaar eiwitten te verteren en geen ‘normale’ energie te krijgen. Je hersenen werken op koolhydraten, dus die moeten ergens gemaakt worden of geregeld… En het is saai, dus de kans dat je na een tijdje wilt stoppen is best groot.

Wil je de nadelen vermijden en de voordelen wel krijgen? De clou van eiwitdiëten bestaat uit drie delen:

  • Vermijd suikers en snelle koolhydraten (wit meel, witte rijst, witte pasta…).
  • Zorg dat je goed verzadigd bent na je maaltijd. Dat kan bijvoorbeeld door meer groente erbij te eten en ook eens iets anders te eten dan brood. Misschien kun je bijvoorbeeld een lunch maken van groente gecombineerd met eieren, bonen, ‘puur’ vlees, vis, soep en/of yoghurt.
  • Denk van tevoren na over wat je wilt eten en regel dat voor jezelf. Dan eet je met meer aandacht en je eet op tijd en iets gezonds.

Met deze drie aandachtspunten kun je ook zonder dieet meer rust krijgen in je lichaam en in je hoofd. En daar val je van af. Maar nu blijvend!

Behoefte aan suiker bestaat niet – deel 2

freeimage-1802414-webEen paar dagen geleden deed ik de uitspraak dat een mensenlichaam onder normale omstandigheden geen behoefte heeft aan suiker. Ik vroeg toen: welke behoeftes kunnen er dan voor zorgen dat je toch zin in suiker krijgt? Hier komen er een paar op een rijtje, sommige door jullie geopperd!

1. Vermoeidheid, dus behoefte aan rust. Dan voel je een gebrek aan energie, dat je mogelijk vertaalt in: “Ik heb energie nodig, dus brandstof, dus suiker!”. Ook je lichaam kan die niet kloppende vertaling maken. Zelfs je hormoonsysteem zegt dan: doe mij iets zoets, alsjeblieft.

2. Behoefte aan voedingsstoffen. Als je overdag te weinig eet of te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt omdat je geen gezonde dingen eet, ervaart je lichaam een tekort. Het zal proberen alles op te eten wat het tegenkomt. Bij voorkeur dingen met veel brandstof erin, vanwege het gevoel dat er tekorten zijn. Dat duidt op schaarste. En suiker is pure brandstof, dus dat lijkt een mooie oplossing.

3. Behoefte aan gemak. Zo’n 95% van je gedrag is automatisch. Als je elke dag op een bepaald tijdstip op een bepaalde plek een bepaalde vorm van snoep of koek eet, zal jouw automatische systeem daar de volgende dag weer om vragen. Een automatisme doorbreken vraagt energie en aandacht, en een beetje discipline om het onrustige moment te overleven. Als je die dingen er niet voor over hebt, is snoepen comfortabeler.

4. Behoefte aan troost, beloning, gezelligheid, aandacht, vermaak… Als je even niet weet hoe je die in een andere vorm kunt regelen voor jezelf, kun je je vasthouden aan het idee dat zoetigheid troost is, dat snoepen gezellig is, dat je recht hebt op de beloning van iets lekkers, etc.. Alleen is het resultaat vaak dat je niet echt hebt gekregen wat je zocht. En misschien voel je ook nog spijt vanwege het snoepen. In ieder geval worden je geestelijke en lichamelijke conditie slechter als je veel snoept, zodat je vaker behoefte krijgt aan troost, beloning, gezelligheid, aandacht, vermaak… En dan kom je in een vicieuze cirkel terecht.

5. Overmatige stress, oftewel een behoefte aan ontspanning. Bij stress heb je minder aandacht voor je lichaam, waardoor punt 1 t/m 4 vaker optreedt. En er is ook nog een puur lichamelijk effect: je lichaam maakt bij chronische stress meer cortisol aan en een van de functies van dat hormoon is om energie te gaan hamsteren. Suiker is energie, dus je krijgt extra zin in zoetigheid.

6. Behoefte aan een stabiele brandstoftoevoer. Veel suiker en bewerkte koolhydraten eten leidt ertoe dat je lichaam teveel insuline aanmaakt en de toevoer van brandstof niet meer goed kan reguleren. Je lichaamscellen, je hersenen en je spieren kunnen dan gaan roepen om snelle aanvoer van brandstof, dus suiker. Maar als je die neemt, wordt de situatie alleen maar minder stabiel. Als je punt 1 t/m 5 serieus neemt, verdwijnt dit probleem vanzelf!

Er werd ook nog geopperd dat we een behoefte aan zoet aangeleerd krijgen vanwege de zoete smaak van moedermelk. Als je dat omkeert, kun je zeggen: moedermelk bevat suikers omdat een kindje voldoende brandstof nodig heeft om te groeien. Juist bij tekorten voelen we die behoefte aan voldoende brandstoffen weer. Wie goed voor zichzelf zorgt, verliest een heel groot deel van zijn hang naar zoetigheid. Maar… we hebben altijd nog een aangeboren angst voor schaarste en tekorten. Vandaar dat ik nog een extra punt wil toevoegen:

7. Behoefte om je te wapenen tegen tekorten. We hebben als mensheid duizenden jaren in schaarste geleefd. We hebben overleefd door alles op te eten wat we te pakken konden krijgen. Die neiging zit er nog steeds in: als er eten is, moet je het vooral opeten. Je weet immers maar nooit of je morgen weer iets krijgt.
Dat betekent: als jij weet dat er snoep of koek voorhanden is, is de kans groot dat je er de hele tijd aan gaat denken. Staat het voor je neus of ligt het onder handbereik, dan ga je er vrijwel zeker van zitten eten. Verwacht niet van jezelf dat je de discipline hebt om af te blijven van een pot drop of een schaaltje met koekjes. Zorg dat ze er niet zijn. In ieder geval niet standaard.

Dit lijstje is vast niet compleet, maar hopelijk vind je er wel aanknopingspunten in om je zin in zoet slim te benaderen.

Behoefte aan tips en oplossingen hierbij? Kijk eens naar het boek Afvallen met meer succes.

Behoefte aan suiker bestaat niet?

Soms kan het echt voelen alsof je suiker nodig hebt. Maar stel nu dat je lichaam onder normale omstandigheden nooit suiker nodig heeft? (Met ‘onder normale omstandigheden’ bedoel ik dat je niet bezig bent met een marathon of andere extreme sportinspanningen. En dat je ook niet ziek bent of bijvoorbeeld een hypo hebt omdat je als diabeet teveel insuline hebt ingespoten.)

Suiker heeft een gezond lichaam namelijk niets essentieels te bieden. Het biedt energie (brandstof), maar die is in suiker zo geconcentreerd aanwezig, dat het je lichaam acuut stress bezorgt als je ervan eet. Je hormoonsysteem gaat allerlei heftige maatregelen nemen om de suiker te verwerken en raakt daarvan uit balans. Als je veel suiker blijft eten, gaan er zelfs allerlei dingen stuk bij jou vanbinnen. Je bloedvaten bijvoorbeeld en je alvleesklier. Suiker is dus geen ‘lekkere’ energie voor je lichaam.

En toch kun je het gevoel krijgen dat je echt iets zoets moet hebben. Gelukkig is er in zo’n geval een mooi medicijn om te voorkomen dat je verslaafd raakt aan suiker (oftewel bewerkte of geraffineerde koolhydraten – dat zijn gewoon suikers). Dat medicijn is: een gezonde portie nieuwsgierigheid. Want als je durft mee te gaan in het idee dat je lichaam liever geen suiker wil, is de vraag: welke behoefte zorgt er dan voor dat ik op zoek ga naar zoetigheid? Wat is de echte behoefte?

Er zijn veel mogelijke antwoorden op die vraag. Een voorzet: het zou kunnen dat je moe bent. Het gevoel dat je geen energie meer hebt, vertalen mensen per ongeluk wel eens in ‘… dus ik heb energie nodig: iets zoets!’. Maar als je rust nodig hebt, helpt suiker niet.

Iemand al een idee welke behoeftes mensen nog meer kunnen hebben, als ze zin in zoetigheid krijgen?

Nog 4 tips om niet aan te komen tijdens je vakantie

Nog een kleine aanvulling op de tips van vorige week

Tip 6. Drink voldoende water

Hoe warmer het is in jouw vakantieoord, des te belangrijker is deze tip. Onder normale omstandigheden heb je ongeveer 1,5 liter water/vocht per dag nodig om je lichaam goed te laten functioneren. Dat is de hoeveelheid die je op een dag verliest. Is het warm, dan moet je nog meer verloren water aanvullen. Je voordeel: een lekker gevoel èn een lijf dat goed werkt. Zonder water loopt je stofwisseling slechter en dan kom je sneller aan.

Tip 7. Alcohol

Een lekker wijntje voor de tent, een cocktail aan de bar, een biertje op het strand. Kijk eens of je deze uitdaging aandurft: drink alcholische dranken als toevoeging aan de goede stemming en gebruik ze niet om de stemming te ‘maken’. Een drankje nemen en er op je gemak van proeven mag natuurlijk altijd. Deze uitdaging geldt dus vooral voor degenen die de wijn per fles drinken en het bier per sixpack.

Tip 8. Actief is leuk

Wat zijn je beste herinneringen als je thuiskomt? De momenten dat je sliep, doezelde en niets deed? De momenten dat je met een te volle buik en teveel wijn op ging slapen? Of de momenten dat je de slappe lach had tijdens het badmintonnen, een watergevecht hield, rondliep en een praatje maakte met iemand, een prachtig plekje in de omgeving ontdekte? Als je actief bezig bent, komt je lichaam tot leven en dan ervaar je vaak meer. Kijk eens of je vanaf dag één van je vakantie actieve momenten kunt inbouwen.

Tip 9. Waar komen die zorgen vandaan?

In het ideale geval heb je je eet- en leefgewoonten op orde en sta je niet eens stil bij ‘aankomen tijdens de vakantie’. Je geniet dan volop van eten en drinken, zonder teveel te nemen. Ben jij nog niet zover, maak dan een plan om hier naartoe te werken. Het is toch vreemd dat je je hier zorgen over maakt? Zorg dat het je volgend jaar niet weer overkomt! Het is nergens voor nodig.

Prettige vakantie!

5 tips om niet aan te komen tijdens je vakantie

Kom je na je vakantie altijd een paar kilo zwaarder thuis, zodat je die er weer af moet vechten? Of ben je daar bang voor, zodat je niet voor honderd procent van je vakantie kunt genieten? Wie weet kunnen de volgende tips je helpen.

Tip 1. Zorg voor regelmaat

De kans bestaat dat je tijdens je vakantie een ander leefritme hebt dan normaal. Sta je bijvoorbeeld op andere tijden op? Eet je op andere tijden? Eet je andere dingen? Beweeg je meer of minder? Je lichaam houdt van regelmaat. Kijk wat je kunt doen om je lijf te laten weten waar het aan toe is. Als je dagen anders zijn dan buiten de vakantie, kun je misschien een vast ‘vakantieritme’ aanhouden. Dat geeft je rust, zodat je meer kunt genieten en lekkerder in je vel zit.

Tip 2. Maak vakantie en ‘normaal’ allebei leuk

Veel mensen willen in de vakantie volop genieten en uit hun dagelijkse sleur stappen. Geldt dat voor jou ook? Als je alleen je vakantie als een fijne tijd ziet en je dagelijks leven niet, dan is de kans groter dat je in je vakantie ‘overmatig’ wilt genieten. Vier je vakantie met gedachten als ‘eet, drink, luier, dans, voel de zon, want straks is het weer voorbij en dan moet ik weer een hele tijd wachten op iets leuks’? Neem in je vakantie dan de tijd om na te denken waarom je zo weinig geniet van je dagelijkse dingen. Wat gaat daar mis? Als je weet dat er een leuk leven op je wacht als je thuis bent, neemt de onrust af die er tijdens je vakantie voor kan zorgen dat je je overeet of bijvoorbeeld veel alcohol drinkt.

Tip 3. Zorg goed voor jezelf

Op vakantie zijn dingen anders dan anders. Daardoor loop je het risico dat je geen voedzaam eten bij je hebt als je honger hebt. Voorkom dat! Zorg dat je kunt krijgen wat je nodig hebt, anders loop je de hele dag naar eten te zoeken en de verkeerde dingen in je mond te steken.

Tip 4. Bedenk wat voor jou ontspanning is

Is vakantie bij jou het ultieme moment om te ontspannen? Gelijk heb je. Zowel je lichaam als je geest houden van ontspanning op z’n tijd. Ze hebben dat zelfs nodig. Wat voor activiteitenpatroon zou jou een perfect ontspannende vakantie bezorgen?
Houd je van zonvakanties? Misschien denk je dat je ontspant als je de hele dag in de zon kunt liggen met een cocktail en een zak chips naast je (of een variant hierop). Ga eens na of niets doen en de hele dag plat liggen en eten en drinken werkelijk de kern zijn van een goed gevoel. Wat maakt dat dat voor jou als ‘ontspanning’ voelt? Is het dat je niets hoeft en alles mag? Is het dat je weg kunt suffen en alles wat je bezighoudt dan even vergeet? Iets anders? De dingen waar jij van aan kunt komen tijdens de vakantie (teveel eten, teveel alcohol, te weinig bewegen), zijn die echt de belangrijkste ingrediënten van je vakantie?

Tip 5. Proef!

Misschien ben je wel in het buitenland op vakantie, of op een plaats in Nederland waar ze bijzonder eten en drinken hebben. Of het eten smaakt gewoon anders omdat het vakantie is. Vergeet niet te proeven! Vaak gaat het lekkers zo snel naar binnen, dat je er nauwelijks van kunt genieten. Eet hap voor hap, neem de tijd, geniet ervan. Zo overeet je je niet snel – en het maakt je vakantie nog veel prettiger.

Volgende week nog een paar aanvullende tips!

 

1 3 4 5 6 7 8